Woordenlijst keramiek
Hieronder vind je onze woordenlijst over alles wat met klei en keramiek te maken heeft. De woordenlijst is in opbouw, dus kom zeker later nog eens kijken.
A
Aardewerk is een kleisoort en is makkelijk werkbaar, maar niet zo sterk als andere soorten. Het is ook waterdoorlatend, tenzij je een laag glazuur toevoegt. En zelfs met die laag glazuur is een aardewerken pot vrij fragiel: de randen breken makkelijk af. Aardewerk wordt gebakken tot maximum 1.100 °C.
Afdraaien is het afwerken van een gedraaid werk als dat werk lederhard is.
De eigenschap van een stof of omgeving die basisch, of niet zuur, is op de pH-schaal. In de keramiek is een alkalisch glazuur een glazuur met een hogere pH-waarde. Zulke glazuren hebben de neiging om heldere kleuren te produceren en reageren vaak anders met bepaalde kleisoorten dan zure glazuren.
Een loodhoudend transparant glazuur wordt geel en dekkend door toevoeging van antimoonoxide. Maar er kunnen andere kleuren ontstaan, afhankelijk van de samenstelling van het basisglazuur.
Het hoofdbestanddeel van asglazuur is, de naam zegt het al, as. Men gebruikt as van diverse soorten hout of stro. Je vindt meer info en inspiratie hier.
B
Ball clay is een soort klei. Het is verwant aan kaolien, maar door zijn fijne partikels is het plastischer dan kaolien. Het bevat buiten kleine delen kalium- en natriumoxide ook nog ijzer-, magnesium- en calciumoxide. Wordt, net als bentoniet, in glazuren gebruikt als suspensiemiddel.
Materialen of stoffen met een basische pH-waarde. In keramiek kunnen basen bijvoorbeeld worden gebruikt als ingrediënt in glazuren om bepaalde effecten te bereiken. Het gebruik van basen beïnvloedt de chemische samenstelling van een glazuur en kan verschillende kleuren of texturen opleveren tijdens het bakproces.
Een bat (ook wel pottenbakkersplank genoemd) is een plat, stevig oppervlak dat pottenbakkers gebruiken tijdens het draaien van klei op de draaischijf. Het dient als ondergrond waarop de klei wordt gecentreerd, waardoor het draaiproces soepeler verloopt en het afgewerkte stuk zonder vervorming van de schijf kan worden gelicht.
Batwash is een product dat je gebruikt om de ovenplaten van je keramiekoven te beschermen. Hierdoor zal afdruipend glazuur minder schade veroorzaken. Je kan batwash kopen in de keramiekzaak, of je kan het ook zelf maken. Lees hier hoe.
Beenderporselein is het sterkste en meest kwalitatieve porselein. Het bevat een hoog percentage beenderas, meestal afkomstig van runderbotten, wat bijdraagt aan de kenmerkende sterkte en lichtheid van het resulterende porselein. Deze porseleinklei is dus heel sterk, kan gebakken worden op 1.250 °C (waardoor het zacht porselein wordt genoemd) en is ook lichtdoorlatend.
Dit is een kleverige primaire klei. Door dit toe te voegen aan andere klei wordt de klei plastischer. Het kan toegevoegd worden aan glazuren om de suspensie goed te houden.
Klei wordt na het drogen een eerste keer in de keramiekoven gebakken, de zogenaamde biscuitbak. Je werkstuk is nadien lichter van kleur en al een beetje gekrompen. De klei is nu keihard en permanent, maar nog niet waterdicht. Biscuit gebakken stukken zuigen nog steeds water op, ze zijn klaar om te glazuren. Lees ook ons artikel hierover.
Verschijnsel waarbij tijdens het bakken van keramiek kleine luchtbellen of blaren ontstaan aan het oppervlak van het glazuur of het werkstuk. Deze luchtbellen kunnen variëren in grootte en vorm en zijn het gevolg van factoren zoals organisch materiaal in het glazuur, ongelijkmatige droging vóór het bakken of problemen met de glazuursamenstelling. Blaasvorming wordt algemeen als een ongewenst effect beschouwd, omdat het de esthetiek van het afgewerkte stuk kan verstoren.
Een body stain is een keramisch pigment dat meestal in poedervorm wordt gekocht. Vroeger werd het hoofdzakelijk gebruikt om klei in te kleuren, vandaar de naam body stain. Tegenwoordig is er nog weinig verschil tussen een body stain en een glaze stain of onderglazuur. Ze worden beiden gebruikt om klei, kleislib en basisglazuren in te kleuren.
Bubble glaze is een decoratietechniek waarbij je de (onder)glazuur mengt met enkele druppels afwasmiddel en water in een potje. Je blaast bellen in het potje totdat de bellen naar boven komen. Je brengt de bellen over op het stuk van je werk dat je wil glazuren en de structuur van de zeepbellen laat op het vlak van je stuk een interessant cirkelpatroon achter. Als je wil, kan je er nog een transparant glazuur bovenop aanbrengen. Kijk hier voor voorbeelden.
C
Centreren is één van de basisstappen van het draaien van klei op de pottenbakkersschijf. Deze stap heeft als doel om alle kleipartikels gecentreerd op de draaischijf te krijgen. Lees in dit artikel wat de meest voorkomende fouten bij centreren zijn en hoe je ze oplost.
Chamoisleer verwijst naar het zachte, soepele leer afkomstig van de huid van een chamois (een soort berggeit of gems). Het leer heeft een fluwelen textuur en staat bekend om zijn absorberende eigenschappen, waardoor het vocht goed opneemt.
Pottenbakkers gebruiken chamoisleer vaak om overtollig water van het oppervlak van hun kleiwerk te verwijderen tijdens het draaien op de schijf. Het wordt ook gebruikt bij het polijsten van keramische stukken, voor een gladde, gepolijste afwerking. Door de absorberende eigenschappen is het nuttig om de consistentie van de klei te beheersen en de gewenste texturen en afwerkingen te bereiken.
Chamotte is een korrelachtig of poederachtig materiaal, gemaakt van gebakken klei. Het wordt toegevoegd aan klei om die sterker te maken, om textuur toe te voegen, en om ervoor te zorgen dat de klei minder krimpt bij het uitdrogen. Vaak zie je op het etiket de afmeting van de korrel in millimeters, en de verhouding ten opzichte van de klei. Lees hier ons artikel over chamotte.
Dit is een kleurend metaaloxide dat gebruikt wordt om glazuur een groene kleur te geven. Maar er kunnen andere kleuren ontstaan afhankelijk van de samenstelling van het basisglazuur.
De colombintechniek is het opbouwen van een werk met rollen klei. Lees hier meer over handopbouw met kleirollen.
Het samendrukken of samenpersen van klei, meestal met de handen of met gereedschap. Het doel van compressie is om de kleideeltjes dichter bij elkaar te brengen en lucht uit de klei te verwijderen. Zo ontstaat een steviger en compacter materiaal, wat vooral belangrijk is bij het vormen van grote of complexe keramische objecten.
Cones zijn kleine kegeltjes samengesteld uit een mengeling van specifieke keramische materialen. Ze buigen en smelten bij een bepaalde temperatuur en tijdsduur. Ze worden tegenwoordig veelal gebruikt om te weten of je keramiekoven zijn temperatuur haalt. Lees er hier meer over.
Bewegingen van vloeistoffen of gassen die ontstaan door temperatuurverschillen. In de keramische context zijn convectiestromen relevant tijdens het bakproces in een oven: wanneer de oven wordt verwarmd, ontstaan er temperatuurverschillen binnenin.
Deze convectiestromen kunnen het bakproces beïnvloeden, bijvoorbeeld door de gelijkmatige verdeling van warmte, wat op zijn beurt de consistentie van het bakresultaat bepaalt.
Fenomeen waarbij fijne scheurtjes of barstjes ontstaan in het glazuuroppervlak van een keramisch object. Deze scheurtjes vormen een patroon dat lijkt op een netwerk van barstjes en worden meestal zichtbaar nadat het keramische werk is gebakken en afgekoeld.
D
Een damp box is een afgesloten container die wordt gebruikt om klei of keramische onderdelen vochtig te houden tijdens het bewerkingsproces. Het is een handig hulpmiddel om te voorkomen dat klei uitdroogt terwijl je aan een project werkt. De damp box helpt om de klei in een optimale vochtige toestand te houden, zodat het gemakkelijk te bewerken blijft en niet uitdroogt of scheurt tijdens het vormgeven of modelleren. Een damp box bevat een gipsen plaat. Door de gipsplaat te bevochtigen en de bak af te sluiten creëer je een vochtige omgeving waardoor je werkstukken slechts heel traag drogen en heel lang in dezelfde toestand bewaard kunnen blijven. Download hier onze gratis gids waarin je leert om een damp box te maken.
Een decal of transfer gebruik je om een afbeelding over te brengen op een keramisch voorwerp. Het is een tekening gedrukt met keramische pigmenten op een speciaal behandeld papier. Hier zie je voorbeelden.
Een deflocculant is een stof die het klonteren tegengaat, die eigenlijk ‘ontvlokt’. Hierdoor ontstaat er een lagere viscositeit zonder dat extra water wordt toegevoegd. Deflocculanten worden frequent gebruikt in gietklei.
Proces waarbij een stof, zoals een poeder of een vast materiaal, wordt gemengd met een vloeistof en volledig wordt opgenomen, waardoor een homogene vloeistof ontstaat. In de keramische context speelt dissolutie een rol bij het bereiden van glazuren, kleislib of andere keramische mengsels.
Bij het maken van glazuur gaat het bijvoorbeeld om het volledig mengen van glazuurpoeders met water tot een vloeibaar en goed gemengd glazuur.
Dompelen is één van de methodes om een werkstuk te glazuren. Het stuk wordt met de hand of met een glazuurtang gedeeltelijk of volledig ondergedompeld in glazuur. Lees hier ons artikel over glazuren.
Een draaischijf of pottenbakkersschijf is een toestel om klei te draaien. Je maakt er ronde vormen mee. Lees ook dit artikel.
Het proces waarbij je werkstukken op lage temperatuur droogt in de keramiekoven vóór de eerste bak, de droogstook, om het laatste vocht dat nog in je klei zit kwijt te raken.
Tijdens het droogproces neemt de klei dezelfde vochtigheidsgraad aan als de lucht in de kamer. Het kan dus zijn dat je werkstuk niet helemaal droog is. Om dat laatste beetje vocht kwijt te raken, stook je je werkstuk op lage temperatuur in een keramiekoven vóór de biscuitstook. Het doel is om het vocht in de klei volledig te laten verdampen, zodat het object stevig genoeg is om de hoge temperaturen van het bakproces te weerstaan zonder te barsten of te vervormen. Dat proces noemt men de droogstook. Wordt vaak geïntegreerd in de biscuitstook.
Een drukmal gebruik je om malse klei tegenaan te duwen en zo een bepaalde vorm te verkrijgen. Ofwel duw je de klei in de mal, ofwel werk je met plakken klei die je over de mal heen legt. Een drukmal is veelal van gips gemaakt, maar je kan ook allerlei andere voorwerpen als drukmal gebruiken. Let er dan wel op dat je klei niet aan de mal blijft plakken. Lees er hier meer over.
Een duimpotje maak je door een bolletje klei in de juiste vorm te knijpen. Het is een handopbouwmethode, je leert meer over deze methode hier.
E
Een engobe is eigenlijk niets meer of minder dan vloeibare klei, kleislib dus. Wanneer keramisten het over engobes hebben, bedoelen ze meestal kleislib dat is ingekleurd met oxides of pigmenten. Maar gebruik je de natuurlijke kleur van verschillende kleisoorten, is dat evengoed een engobe. Lees er hier meer over. En we hebben ook een online cursus over decoreren met engobes.
Epsomzout, ofwel bitterzout, ofwel magnesiumsulfaat, is een flocculant, een indikker. Het wordt in een verzadigde oplossing onder meer gebruikt om glazuur de juiste consistentie te geven. En het is ook een wondermiddel in het aaneenhechten van twee stukken droge klei, als er bijvoorbeeld een oor is afgevallen.
Ergonomisch verwijst naar het ontwerp en de aanpassing van werkplekken, gereedschappen en systemen om ze comfortabel, efficiënt en veilig te maken voor menselijk gebruik. In de context van klei, keramiek en pottenbakken kan ergonomie van toepassing zijn op de inrichting van een pottenbakkersstudio, het ontwerp van draaischijven, het kiezen van gereedschappen en zelfs het ontwerpen van stoelen of draaischijven om fysiek comfort en gezondheid te bevorderen tijdens het creatieve proces.
Ergonomie is essentieel om blessures te voorkomen en het algemene welzijn van pottenbakkers en keramisten te waarborgen. Denk bijvoorbeeld aan het op de juiste hoogte instellen van een draaischijf of het gebruik van ergonomisch gevormde kleigereedschappen.
F
Facetteren is een decoratietechniek waarbij je van een werkstuk dat lederhard is, met een mes, mirette of snijdraad stukken weghaalt om zo platte, relatief kleine, vlakken te bekomen. Inspiratie vind je hier.
Filigraan is een decoratietechniek waarbij je gelijkaardige, fijnmazige patronen uitsnijdt in lederharde klei. Meer uitleg en inspiratie lees je in dit artikel.
‘Fired-On images transfer paper’ is een soort printpapier waarop je kan printen met een laserprinter. Met die prints kan je dan gedetailleerde tekeningen, foto’s of teksten op je keramiek kan aanbrengen. De zwarte toner uit de printer bevat ijzeroxide, en wordt na het bakken sepiabruin. Jouw tekening, foto of tekst wordt dus sepiabruin na de stook. Hier zie je voorbeelden. In deze cursus leer je ze gebruiken.
Een fritte is een poedervormige glazuurgrondstof die ontstaat door het smelten van wateroplosbare of giftige materialen (zoals lood) met silicaat tot een silicaatverbinding. De substantie koelt af tot een klomp en wordt tot een onoplosbaar poeder vermalen dat minder gevaarlijk is dan de oorspronkelijke grondstoffen.
G
Met gebruiksgoed in de keramiek bedoelt men voorwerpen en werkstukken die zullen gebruikt worden om van te eten en uit te drinken. Voor gebruiksgoed gebruik je voedselveilige glazuren, daarover kan je hier meer lezen.
Gietklei is vloeibare klei. Het is echter meer dan alleen kleipoeder en water alleen, het bevat ook waterglas en (gecalcineerde) soda. Je gebruikt het om werkstukken te maken door ze af te gieten in een gipsen mal.
Een gietmal is een gipsen mal uit één of meerdere delen. Je kan de mal afgieten met gietklei en zo een reeks dezelfde vormen maken. Hoe dat in zijn werk gaat kan je in dit artikel lezen. In onze online cursus leer je gietmallen maken en gebruiken.
Giffin Grip is een merknaam. De Giffin Grip is een handig hulpmiddel voor het afdraaien van werkstukken. Het instrument wordt op de draaischijf geklikt en heeft schuivers waar je makkelijk je werkstuk perfect in het midden plaatst. Het houdt je werk op z’n plaats, dus je hoeft het niet vast te zetten met kleirolletjes of een zeemvel.
Een gipsplaat is een plaat gegoten in gips. Het is een handig object in een keramiekatelier. Je gebruikt het om klei droger te maken want de gips trekt het vocht uit de klei en neemt het op. Kneden is handig op een gipsplaat en de gipsplaat is onmisbaar bij het recycleren van klei. Met een gipsplaat kan je ook een damp box maken. Download onze gratis gids waarin je leert om je eigen gipsplaat te maken.
Een glasvormer is één van de drie belangrijkste ingrediënten van een glazuur, naast de smelter en stabilisator. Glasvormers smelten pas bij hele hoge temperaturen en zorgen voor een glasachtige laag op je keramiek. Meer over de samenstelling van glazuur vind je hier.
Glazuren is het aanbrengen van een laag glazuur op keramisch werk na de eerste bak of biscuitbak. Daarna volgt de hoogbak in de keramiekoven. In dit artikel lees je hier meer over. En hier vind je 3 tips voor beginners.
Glazuur is een poederlaagje dat je aanbrengt op je werkstuk na de eerste bak of biscuitbak. Daarna volgt de hoogbak in de keramiekoven. Glazuur maakt je werkstuk waterdicht, vormt een extra beschermlaagje en is vaak ook decoratief. Een goed glazuur bestaat uit drie groepen ingrediënten: glasvormers, smelters en stabilisatoren. Lees hier meer.
Proces van gecontroleerde, langzame afkoeling van keramische (of glazen) objecten na het bakken op hoge temperatuur. Dit proces is essentieel om interne spanningen te verminderen en het materiaal te versterken. Bij het gloeien worden de objecten langzaam afgekoeld tot kamertemperatuur in een oven of andere gecontroleerde omgeving. Het doel is om thermische spanningen te minimaliseren, waardoor het werkstuk duurzamer wordt en minder vatbaar is voor breuk.
Stoffen die aan klei worden toegevoegd om bepaalde eigenschappen te verbeteren. Ze kunnen van natuurlijke oorsprong zijn, zoals gom van acaciabomen, of synthetisch worden geproduceerd, zoals CMC (carboxymethylcellulose). Deze additieven verbeteren de plasticiteit van de klei, waardoor ze gemakkelijker te vormen is.
H
Na het aanbrengen van glazuur wordt je werkstuk een tweede keer gebakken. Dat wordt de hoogbak of glazuurbak genoemd. Bij steengoed is dat een stook van 1.200 à 1.400 °C. De geglazuurde klei heeft een glasachtig uiterlijk gekregen en is waterdicht. Als je een werkstuk aantikt, hoor je een hoge klank.
I
IJzeroxide is een veel voorkomend oxide in klei en glazuren. Het wordt vaak toegevoegd om glazuren een rode kleur te geven, maar er kunnen andere kleuren ontstaan, afhankelijk van de samenstelling van het basisglazuur.
Inkerven houdt in dat je met een scherp gereedschap, zoals een mes, naald of ander puntig instrument, in de nog vochtige klei snijdt of krast. Dit kan in verschillende stadia van het proces: op versgedraaide klei, op plakken klei, of zelfs op biscuit gebakken klei. De resulterende insnijdingen vormen lijnen of patronen die na het bakken zichtbaar blijven.
Inprenten houdt in dat je een object, zoals een stempel, textuurrol, blad of ander reliëfachtig materiaal, tegen de klei drukt om een patroon of textuur achter te laten. Dit kan op versgedraaide klei of op platte plakken klei. De resulterende afdruk kan variëren van eenvoudige texturen tot complexe ontwerpen, afhankelijk van het gebruikte gereedschap.
Proces van het inweken of oplossen van kleipoeder in water om een homogene kleipasta te creëren. Hierbij wordt water toegevoegd aan het droge kleipoeder, waarna het mengsel krachtig geroerd of gemengd wordt om klontjes te breken en een gladde, goed gemengde kleipasta te verkrijgen.
K
Lace wire (ook wel kanthaldraad genoemd) is draad van een hittebestendige legering van ijzer, chroom en aluminium en is bestand tegen de extreme temperaturen in een keramiekoven. De draad kan gebruikt worden om kleiobjecten te verstevigen, als decoratie op sculpturen, bij het maken van juwelen van klei en voor het aanbrengen van materialen op objecten die rakugestookt worden.
Kaolien is een soort klei die van nature voorkomt in de aardkorst. Het staat ook wel bekend als porseleinaarde of china clay. Het heeft een fijne textuur en een lichte kleur, en is het hoofdbestanddeel van porselein. Door de speciale eigenschappen van kaolien kan het keramiek sterker en beter bestand tegen hitte maken.
Een keramiekoven is een speciale oven om klei in te bakken. Het is een oven die tot boven de 1.000 °C kan bakken. Lees er hier meer over.
Een keramisch potlood heeft een kern van keramische pigment. Je gebruikt het om te tekenen op biscuit gebakken werkstukken. Bekijk voorbeelden in dit artikel.
Isolatiemateriaal dat wordt gebruikt in de keramische industrie, met name in ovens. Het is een hittebestendig materiaal dat is samengesteld uit fijne vezels van aluminiumsilicaat, waardoor het bestand is tegen hoge temperaturen. Het materiaal is licht van gewicht, heeft een lage thermische geleidbaarheid en is bestand tegen thermische schokken. Bovendien is het flexibel en gemakkelijk te vormen, waardoor het geschikt is voor verschillende toepassingen in de keramische productie.
Kerven is een decoratietechniek waarbij je (dikke) plakken uit je lederhard werkstuk wegkerft om een interessant reliëf of een boeiende textuur te bekomen. Hier zie je wat voorbeelden.
Kintsugi is een van oorsprong Japanse techniek. De scherven van een gebroken werkstuk worden met een lijm op basis van urushi-lak weer aan elkaar gelijmd. Op de breuklijnen wordt dan een dun laagje edelmetaal gestrooid in goud, zilver of platina. Meer over de filosofie achter kintsugi kan je lezen in dit artikel.
Techniek uit de handopbouw waarbij je werkstukken opbouwt met uitgerolde plakken klei. Je rolt de klei uit met een deegrol of een kleiwals. In dit artikel lees je hoe je met kleiplaten een vierkante pot maakt.
Techniek uit de handopbouw waarbij je werkstukken opbouwt met rollen klei die je op elkaar legt. Je maakt de rollen met de hand of met een kleiknijper. In dit artikel lees je hoe je dat doet.
Voeg je heel veel water toe aan klei, dan bekom je kleislib. Daarmee kan je een gietmal vullen, verschillende delen van een werkstuk aan elkaar plakken, of een aantal specifieke decoratietechnieken toepassen. Zie ook Engobe
Een kleiwals is een toestel waarmee je klei uitrolt tot strakke en gelijkmatige platen.
Belangrijke techniek in de voorbereiding van klei voor gebruik in het pottenbakproces. Tijdens het kneden wordt de klei herhaaldelijk gevouwen, gerold en gecomprimeerd om luchtbelletjes te verwijderen, de consistentie te verbeteren en de kleideeltjes gelijkmatig te verspreiden.
Het doel van het kneden is om de klei homogeen en vrij van luchtbellen te maken, waardoor het eindproduct sterker en minder vatbaar voor scheuren wordt. Er zijn twee veelgebruikte technieken: de ossenkopmethode en de spiraalmethode.
Techniek uit de handopbouw waarbij je de klei in de juiste vorm knijpt. In dit artikel lees je hoe je dat doet.
Kobaltoxide is een kleurend metaaloxide dat gebruikt wordt om glazuur een blauwe kleur te geven.
Fenomeen in de keramiek waarbij tijdens het bakproces bepaalde delen van het werkstuk een hogere concentratie koolstof krijgen dan andere delen, wat tot kleurvariaties in het gebakken keramiek kan leiden.
Het ontstaat wanneer er tijdens het bakken onvoldoende zuurstoftoevoer is in de oven, wat een reductieve atmosfeer veroorzaakt. In die omstandigheden kan koolstof uit organisch materiaal in de klei zich afzetten op het oppervlak, vooral op plaatsen met beperkte zuurstoftoevoer. Dat geeft donkere of zwarte vlekken op het gebakken stuk. Het effect kan zowel onbedoeld als opzettelijk worden toegepast om decoratieve patronen of kleurcontrasten te creëren.
Klei bevat een pak water. Als dat water verdampt tijdens het drogen en tijdens de bak, dan gaan de kleideeltjes dichter bij elkaar zitten en krimpt je werk. Iets om mee rekening te houden bij het bepalen van de afmeting van je stukken. Het percentage van de krimp hangt af van de soort klei, vaak staat het ook op de verpakking of is het te vinden op de website van de leverancier. Lees ook deze blogpost.
Een krompasser is een instrument waarmee je de binnen- en buitenmaat van je potten kan meten.
Ongewenst effect dat tijdens het glazuurproces kan optreden. Kruipen doet zich voor wanneer het glazuur niet goed hecht aan het kleioppervlak en samentrekt, waardoor het lijkt alsof het zich terugtrekt of ‘kruipt’ en delen van het oppervlak onbedekt blijven. Bekijk wat voorbeelden in dit artikel.
Kwarts is een mineraal en een bestanddeel van klei. Het is een vorm van siliciumdioxide. Meer dan 12% van de aardkorst bestaat uit kwarts. Daarmee is het één van de meest voorkomende mineralen. Zand en graniet bestaan hoofdzakelijk uit kwarts.
Wanneer klei wordt gebakken, verdampt eerst het water. Daarna beginnen ook de verschillende organische stoffen in de klei te oxideren. Wanneer de temperatuur circa 573 °C bereikt, vindt de kwartssprong plaats. De kwartskristallen in de klei herschikken zich, waardoor de klei zo’n 1% uitzet in volume. Als dat te snel gebeurt, kan dit leiden tot barsten. Het is belangrijk om de temperatuur geleidelijk te verhogen en de kwartssprong langzaam te laten passeren. Als je je werkstuk op dit punt uit de oven zou halen, zal het tijdens het afkoelen weer inkrimpen met 1%.
L
Het bakken van keramische objecten bij relatief lage temperaturen, meestal tussen 600 en 1.100 °C. Bij deze temperaturen vitrificeert de klei niet volledig, wat een poreuzer en zachter eindproduct geeft. Dit is gebruikelijk bij aardewerk en laagbakkende kleisoorten.
Klei die een tijd gedroogd heeft, noemt men lederhard. De klei behoudt zijn vorm, maar je kan het oppervlak nog bewerken. Het is dan dat je de klei het beste kan kerven, gladstrijken en afwerken.
Een lomer is een instrument waarmee je kleioppervlakken mooi glad kan maken. Er bestaan lomers in hout, plastiek of metaal. Lomers bestaan in verschillende vormen (hoekig, afgerond…) en soms hebben lomers ook een speciale rand waarmee je textuur kan aanbrengen in de klei.
Loodglazuur is een soort transparant glazuur dat loodoxide bevat als smelter. Door de giftigheid van lood worden loodglazuren steeds minder gebruikt, en al zeker niet voor gebruiksgoed.
Lusters zijn metaalhoudende, olieachtige vloeistoffen en bestaan in tal van kleuren. Met sommige lusters kan je prachtige kleuren bekomen, zoals parelmoer of glansgoud. Lees meer over lusters en de toepassingen in dit artikel.
M
Majolica is een decoratietechniek waarbij je eerst een laag tinglazuur aanbrengt, wat een witte ondergrond creëert, en vervolgens in die ongebakken glazuur kleur aanbrengt. Dit kan met metaaloxides of frittes. Lees hier meer.
Een mal is een hulpmiddel waarmee je steeds weer dezelfde vorm kunt creëren. In de keramiek worden veelal gipsmallen gebruikt, maar je kan in principe elk voorwerp als mal gebruiken. Er zijn drukmallen, waarop je de klei aandrukt en gietmallen, die je afgiet in gietklei. Mallen kan je kopen of zelf maken.
Mangaandioxide is een kleurend metaaloxide dat gebruikt wordt om glazuur een paarse of bruine kleur te geven, maar er kunnen ook andere kleuren ontstaan, afhankelijk van de samenstelling van het basisglazuur.
Van de mast draaien is een techniek op de draaischijf waarmee je snel veel kleine voorwerpen kan draaien. Je centreert een grote hoeveelheid klei, vormt een grote kegel, en maakt telkens met het bovenste deel een klein werkstuk. Is het klaar, dan snij je het af en ga je verder met het volgende, tot je klei op is. Omdat je niet telkens opnieuw hoeft te centreren, kan je op korte tijd veel produceren.
Matte glazuren zijn glazuren die na het bakken een dof, niet-glanzend oppervlak geven in plaats van een hoogglanzende afwerking. Ze verstrooien licht diffuser, wat een zachter en minder reflecterend uiterlijk geeft in vergelijking met glanzende glazuren.
Een meetmaatje is een handig hulpmiddel bij het draaien op een pottenbakkersschijf. Een meetmaatje helpt je om gelijkvormige vormen te maken door telkens tot dezelfde hoogte of diameter te draaien. Het heeft één of meer armen met een aanwijspunt die aangeeft tot waar je werkstuk moet komen. Het ideale hulpmiddel voor de seriedraaier.
Mirettes zijn fijne instrumentjes geschikt voor tal van technieken. Ook bij het afdraaien en proper maken van de basis van je werkstuk kunnen ze van pas komen. Meestal bestaan ze uit een houten of kunststof handvat en een metalen lus. Er zijn draadmirettes en bandmirettes.
Mishima is een traditionele inlegtechniek. De decoratietechniek resulteert in een gekleurde tekening of lijnenspel dat ‘in’ het oppervlak van het werkstuk ligt, zonder reliëf. Lees hier hoe je dit doet. Deze en andere decoratietechnieken met engobes leer je in deze cursus.
Een moffel of saggar is een vuurvaste kleine ton waarin keramisch werk geplaatst wordt in de oven. Vroeger werden moffels gebruikt om de werkstukken te beschermen tegen vlammen, gassen en puin, wat vooral nodig was in hout- of steenkoolovens. Nu worden moffels vooral gebruikt om een ‘microklimaat’ in de oven te creëren, waarin rook, dampen en gassen worden opgevangen. Die kunnen hun effect hebben op de werkstukken in de moffel. Je kan een moffel opvullen met allerlei materialen: zout, metaaloxides, sulfaten… elk materiaal geeft specifieke effecten. Je plaatst een moffel best niet (vaak) in een elektrische oven: de rook, gassen en dampen zijn schadelijk voor de weerstanden.
Molochiet is een specifiek type chamotte. Het is gemaakt van kaolien en wordt voorgebakken op heel hoge temperaturen. Het zet weinig uit bij verhitting en weerstaat daardoor goed aan thermische schokken. Wie heel grote of complexe werkstukken wil maken, kan molochiet toevoegen aan de klei. Door de molochiet vermindert de spanning van het werkstuk tijdens de stook en het afkoelingsproces.
De monocuisson is een stook waarbij er onmiddellijk tot hoogbaktemperatuur wordt gestookt. Ongebakken werkstukken worden geglazuurd en één keer gebakken. De biscuitstook wordt dus overgeslagen.
Zie Mal
Een mal maken.
N
Naked raku is een eerder recente variant op de rakustook. Er wordt een speciale engobe op het werkstuk aangebracht waardoor het rakuglazuur niet goed kan hechten. Het glazuur krimpt en schilfert na het stoken af. Enkel zwarte lijnen en punten, veroorzaakt door de rook die door de craquelé in de glazuurlaag trekt, blijven achter op het werkstuk. Hier zie je wat voorbeelden
Bij de nerikomitechniek worden verschillende lagen ingekleurde (porselein)klei op elkaar gelegd en opgerold of uitgerold. Wat je hiermee dan vormt of draait heeft dan speciale gekleurde patronen. Kijk maar eens hier.
Nikkeloxide is een kleurend metaaloxide dat gebruikt wordt om glazuur een bruine kleur te geven, maar er kunnen ook andere kleuren ontstaan, afhankelijk van de samenstelling van het basisglazuur.
O
Onderglazuur breng je aan op een werkstuk dat lederhard of biscuit gebakken is. Je kan er mee schilderen en tekenen. Je werkt af met een laag transparant glazuur zodat de kleuren er echt uitspringen. Onderglazuren bestaan in poedervorm, in napjes, als potloden of aangemaakt in potjes of flesjes.
Opglazuur is een decoratieglazuur met een laag smeltpunt. Het wordt ook smeltverf of email genoemd. Met opglazuur decoreer je een hooggebakken werkstuk. Daarna wordt het een tweede keer gebakken (750 °C tot 850 °C) zodat de nieuwe gekleurde decoratie ingebakken wordt in de al aanwezige glazuurlaag.
Optrekken is één van de basisstappen van het draaien van klei op de draaischijf. Tijdens het optrekken gebruik je je vingers aan de binnen- en buitenkant van je pot om hoogte te bekomen.
De ossenkopmethode is een specifieke manier van klei kneden. Lees er hier meer over.
Wanneer je klei bakt in een elektrische oven, vindt een oxiderende stook plaats. Er zit namelijk zuurstof in de oven en die zorgt er voor dat de metalen in de klei en glazuur oxideren. Een oxiderende stook zorgt voor heldere kleuren. Je kan hier meer lezen.
Oxides zijn een ingrediënt van glazuur, bestaande uit zuurstof en een ander element, zoals silicium of calcium. Oxides kunnen verschillende functies hebben. Ze kunnen fungeren als smelter of glasvormer, maar ze geven vooral kleur aan je glazuur. Ze kunnen ook worden toegevoegd aan onderglazuur, kleislib, of aan de klei zelf. Lees er hier meer over.
P
Papierklei is klei waaraan cellulosevezels zijn toegevoegd. Dit zorgt ervoor dat je werk minder snel scheurt of barst bij het drogen en dus sterker en schokbestendiger is dan gewone klei. Met papierklei kan je daarnaast veel dunner gaan, zodat papierporselein bijvoorbeeld lichtdoorlatend wordt. De cellulosevezels branden weg tijdens de stook.
Papierporselein is een bijzondere soort porselein. Het is porseleinklei waar papiervezels aan toegevoegd zijn. De papiervezels zorgen voor extra stevigheid waardoor je dunne wanden kan bouwen of draaien en nog steeds het lichtdoorlatende karakter van porselein kan behouden. Hier vind je wat voorbeelden. Samen met Anima Roos maakten we 2 cursussen over papierporselein.
Pehatine is een commercieel product, het is een merknaam. Verdund met water wordt het gebruikt om poederglazuur aan te maken. Een glazuur of engobe aangemaakt met Pehatine, is makkelijker kwastbaar, geeft bij het kwasten minder strepen en is veegvast. Het zorgt ervoor dat het glazuur niet uitzakt in de emmer en mooi in suspensie blijft. Het vermindert haarscheuren of craquelé.
Pigmenten zijn een meer ‘bewerkte’ versie van oxides. Ze worden gemaakt door een combinatie van verschillende oxides te verhitten zodat ze samensmelten, om ze vervolgens tot een poeder te vermalen. De kleuren zijn veel meer voorspelbaar en er zijn heel veel kleurschakeringen mogelijk. Met pigmenten kan je klei, slib en glazuur kleuren. De kleur van het pigment lijkt sterk op de kleur die het zal hebben na de stook (wat bij oxides helemaal niet het geval is). Lees hier meer.
Pitfire is een stookmethode. Werkstukken worden eerst glad gepolijst en vervolgens biscuit gebakken. Daarna worden ze gestookt in een kuil in de grond, gevuld met zaagsel en hout. Je kan daarnaast met metaalzouten werken om bepaalde kleuren te verkrijgen. Het vuur wordt van boven aangestoken en brandt dan door naar beneden. Het smeulende zaagsel en de inwerking van zuurstof op de metaalzouten geeft een natuurlijke kleur en verrassend effect op de klei.
Polijsten is een techniek waarmee je met een hard object, zoals een metalen lomertje of een gladde steen, over het oppervlak van je werkstuk wrijft om het spiegelglad en glanzend te maken. Hoe dat er uit ziet, kan je hier zien.
Porselein is de sterkste, en ook de duurste kleisoort. Het is een stuk sterker dan aardewerk, maar ook moeilijker om te bewerken. Je moet hard werken om de klei vorm te geven, en porselein houdt die vorm ook minder goed vast. Het heeft veel water nodig om werkbaar te blijven, waardoor je werktijd beperkt is. Het krimpt ook sterk in de oven, waardoor de kans op barsten niet te verwaarlozen is. Porselein wordt gebakken tot 1.300 °C of zelfs meer.
Een pyrometer is een digitaal toestel dat de temperatuur in de keramiekoven weergeeft, gemeten aan de hand van het thermokoppel in de oven.
R
Raku is een eeuwenoude Japanse stooktechniek voor keramiek. Nadat de werkstukken biscuit gebakken zijn, worden ze geglazuurd met speciale rakuglazuren en nogmaals gestookt. De stukken worden gloeiend heet uit de oven gehaald en in een vat met zaagsel gestopt. Als het zaagsel in brand schiet door de hitte van de scherf, wordt het vat gesloten en blijven de werkstukken uitroken. Door de snelle afkoeling vertoont het glazuur haarscheurtjes of craquelé. De rook trekt in de haarscheurtjes en zorgt voor het typische raku-effect. Hier lees je verder over raku.
Recupklei of recuperatieklei is klei gemaakt van je oude restjes ongebakken klei: droge stukjes, afdraaisels, mislukte ongebakken potten, slib. Je kan ze terug verwerken tot werkbare klei. Het is dus eigenlijk gerecycleerde klei. Hoe je dat doet, lees je hier.
Een reducerende stook gebeurt in de regel in een gas- of houtoven. Reducerend wil zeggen dat de zuurstoftoevoer beperkt wordt. Er is daardoor weinig of geen zuurstof aanwezig in de oven, de vlam zoekt zuurstof en zal de aanwezige zuurstof aan de klei en glazuur onttrekken. Door die onttrekking vindt er een chemische reactie plaats in de glazuurgrondstoffen waardoor die (soms) een andere kleur krijgen. Bekende reductieglazuren zijn bijvoorbeeld koperrood en celadon. Die glazuren zouden in een elektrische oven groen en geelbruin worden. Lees ook dit artikel.
Een ringeloor of engobepeer is een instrumentje waarmee je heel precies engobe of kleislib kunt aanbrengen op je werkstuk.
Bij roken wordt het keramische object tijdens of na het bakproces blootgesteld aan rook van organisch materiaal, zoals houtsnippers, zaagsel of andere brandbare stoffen. Dit gebeurt meestal in een rookkamer of een afgesloten container waarin de rook wordt vastgehouden. De rook reageert met het oppervlak van het keramiek en kan leiden tot variaties in kleur, textuur en patroon.
Rookstoken is een traditionele stookmethode. Je gebruikt geen glazuur, maar stookt het werkstuk gewoon zo in een ton of moffel met brandbaar materiaal. Die ton wordt ook wel ‘saggar’ genoemd. De rook die ontstaat tijdens het bakken dringt de klei binnen, en leidt tot fijne toonverschillen tot zelfs diepe schaduwen op je werkstuk. Rookstoken kan je typisch doen met een laagje terra sigillata, een fijn kleislib, op je werkstuk.
S
Schellak is een product dat gebruikt wordt door schilders en restaurateurs, als vernis of als fixatief voor houtskool- en krijttekeningen. Het wordt gewonnen uit de schildjes van een luizensoort. Je kan schellak oplossen in alcohol. In de keramiek wordt schellak gebruikt om werkstukken mee te decoreren en een reliëf te laten ontstaan. Na het drogen van de schellak, kan je de niet-bedekte klei wegpoetsen met een natte spons. Waar schellak is aangebracht verdwijnt de klei niet en bekom je een reliëf op je werk. Je ziet voorbeelden in dit artikel.
Het materiaal waar je werkstuk uit bestaat, de klei zelf eigenlijk, wordt ook wel eens de scherf genoemd. Men heeft het dan in het bijzonder over gebakken klei die niet geglazuurd is.
Schilfering treedt op wanneer een glazuur tijdens het bakproces te sterk krimpt ten opzichte van de onderliggende klei, waardoor het glazuur afbrokkelt of afschilfert.
Een schopschijf is een manuele draaischijf voor klei waarbij je het betonnen vliegwiel aandrijft met je voet. Dat vraagt best wat fysieke inspanning, en wat meer coördinatie van je lichaam dan een elektrische draaischijf. Je hebt hierbij de draaisnelheid volledig zelf onder controle. Een schopschijf maakt geen lawaai, maar is wel groot en erg zwaar om te verplaatsen.
Techniek om twee stukken klei stevig aan elkaar te bevestigen. Je kerft kruisgewijze lijnen (scoren) in beide kleidelen, brengt er slib op aan en drukt de stukken daarna tegen elkaar, ook wel de ‘score & slip’-methode genoemd. Een voorbereidende stap vóór je kleidelen aan elkaar bevestigt.
Sgraffito is een decoratietechniek. De term komt van het Italiaanse ‘sgraffiare’, wat krabben betekent. Met een fijn instrument kras je de bovenste kleilaag weg om een fijne tekening te bekomen. Lees er hier meer over en bekijk voorbeelden.
Het sinteren van klei is een proces dat zich voltrekt tijdens de stook. Bij een temperatuur van 850 °C à 900 °C smelten de siliciumdeeltjes in de klei, waardoor de klei ‘verglaast’. De klei wordt steviger en waterdicht, en begint ook sterk te krimpen. De sinterende deeltjes gaan namelijk hechter aan elkaar kleven, en vullen zo de leegtes op die ontstaan zijn door organische stoffen die eerder zijn weggebrand.
Sinterengobe is een kleislib dat een beetje smeltmiddel bevat en dus sintert in de oven. Hierdoor hecht de engobe zich beter aan de klei.
Het moment in het stookproces waarop de klei sintert, noemt men het sinterpunt. Vaak is de maximale stooktemperatuur van je klei de temperatuur waarbij klei sintert en dus verglaast. Vooral bij steengoed is dat punt eerder een traject. Dat traject start bij de verglazing van de klei tot op het punt waarbij de klei gaat vervormen.
Een smelter of flux is één van de drie belangrijkste ingrediënten van een glazuur, naast de glasvormer en stabilisator. Een smelter verlaagt het smeltpunt van de glasvormer zodat je glazuur mooi gelijkmatig uitsmelt. Meer over de samenstelling van glazuur vind je hier.
Het smeltpunt van een glazuur of grondstof is de bereikte temperatuur waarop het glazuur of de grondstof uitsmelt. In de samenstelling van een glazuur worden smelters gebruikt om het smeltpunt van een grondstof te verlagen.
Vloeibare substantie die andere stoffen kan oplossen of verdunnen. In het keramische proces wordt een oplosmiddel soms gebruikt om glazuurmaterialen te verdunnen of te mengen, bijvoorbeeld om glazuurpoeders de gewenste consistentie te geven voordat ze op het keramiek worden aangebracht. Het oplosmiddel verdampt tijdens het bakproces, waardoor het glazuur op het oppervlak achterblijft.
De spiraalmethode is een techniek om klei te kneden. Lees er hier meer over.
Een stabilisator is één van de drie belangrijkste ingrediënten van een glazuur, naast de smelter en glasvormer. Stabilisatoren zorgen ervoor dat het proces van smelten en glasvormen van het glazuur stabiliseert, dat het vloeien op het juiste moment stopt en voor viscositeit zorgt. Meer over de samenstelling van glazuur vind je hier.
Steengoed is een sterke kleisoort, die bovendien vrij makkelijk is om mee te werken. Het houdt makkelijk zijn vorm vast, en is na het bakken erg stevig en niet waterdoorlatend. Deze kleisoort wordt dan ook het vaakst gebruikt om hoge volumes van bijvoorbeeld servies te maken, en het is de meest aangeraden kleisoort voor beginners. Steengoed wordt gebakken tussen de 1.200 °C en 1.300 °C.
Grafische weergave van de temperatuurveranderingen tijdens het bakproces van keramiek in een oven. De stookcurve toont hoe snel de temperatuur wordt verhoogd of verlaagd tijdens de verschillende fasen van het bakproces.
Een strengenpers is een toestel waar je gerecupeerde klei weer tot rollen perst. De strengenpers bestaat in een versie met of zonder vacuumpomp die de lucht uit de klei perst.
Een suspensie is een mengsel van twee stoffen waarvan de ene in zeer kleine deeltjes in de andere is gemengd, en dat zich niet snel laat scheiden. Meestal gaat het om een vaste stof die zweeft in een vloeistof. Voorbeelden van suspensies zijn verf (een suspensie van kleurstoffen in water of terpentijn) en sinaasappelsap (een suspensie van vruchtvlees in vruchtensap). Bij een kleisuspensie dwarrelen kleideeltjes rond in water.
T
De weerstand die een materiaal, zoals klei, biedt tegen een beweging of kracht die erop wordt uitgeoefend, vooral tijdens het vormgeven of bewerken. Bij het draaien treedt tegendruk bijvoorbeeld op wanneer de pottenbakker druk uitoefent op de klei op de draaischijf. Ze beïnvloedt hoe de klei reageert op de handen van de pottenbakker en hoe gemakkelijk of moeilijk de gewenste vorm wordt bereikt.
Terra sigillata is een decoratietechniek waarbij kleislib van ijzerhoudende rivierklei wordt aangebracht op lederharde klei. Eens de sliblaag gepolijst is, toont de terra sigillata zijn kenmerkende glans. Je kan verschillende kleuren en tinten bekomen door de keuze van de poederklei waar je mee start. Lees er hier meer over.
Het thermokoppel is een sensorstaafje in de keramiekoven dat de temperatuur meet. Het is verbonden aan de pyrometer waarop je de temperatuur kan aflezen.
Tinglazuur is een wit, dekkend glazuur met tinoxide. Het wordt onder andere gebruikt voor de decoratietechniek majolica.
Triangels zijn steuntjes die je gebruikt om je werkstukken op te zetten in de oven, zodat ze niet aan de ovenplaat blijven plakken. Er bestaan keramische triangels (die kan je slechts één keer gebruiken) en metalen triangels. De triangels laten een klein puntje na op de bodems van de werkstukken, maar dat kan je eventueel verwijderen door te schuren. Bij een glazuurstook van steengoed op hoge temperatuur worden doorgaans geen triangels gebruikt omdat ze het werk zouden doen vervormen.
U
Urushi is een soort lak die wordt gewonnen uit het hars van de Japanse Lakboom. Het is een organisch materiaal dat hard wordt als het in contact komt met zuurstof en water. In keramiek wordt het bijvoorbeeld gebruikt als lijm bij de Kintsugi techniek en met natuurlijke pigmenten gekleurd om stukken te decoreren.
V
Proces waarbij organisch materiaal, zoals resten van planten of andere organische stoffen in de klei, wordt verwijderd door blootstelling aan hitte in een oven. Dit gebeurt tijdens de eerste stookfase, zoals de biscuitstook. Tijdens de verbranding breken organische deeltjes af en verbranden ze, waardoor de klei wordt gezuiverd en voorbereid op verdere verwerking.
Met viscositeit wordt de stroperigheid, traagvloeibaarheid of dikvloeibaarheid van een vloeistof bedoeld. Zo is water een vloeistof met een lage viscositeit, honing heeft een hoge viscositeit. Vloeistoffen met een hoge viscositeit worden viskeus genoemd.
Vlasporselein is een speciale soort porseleinklei waaraan natuurlijke vlasvezels zijn toegevoegd. Het is een variant van papierporselein, maar dan met vlas in plaats van papiervezels.
Een werkstuk is voedselveilig als elk deel dat met voedsel of drinken in aanraking komt geglazuurd is met voedselveilig glazuur. Of een glazuur voedselveilig is staat altijd duidelijk op de verpakking vermeld. Lees ook dit artikel.
Speciaal type keramiek dat bestand is tegen directe blootstelling aan open vlammen of hoge temperaturen, zoals op een kookplaat of grill. Dit aardewerk is vaak geglazuurd en zo samengesteld dat het bestand is tegen thermische schokken en snelle temperatuurveranderingen.
Wordt ook vuurklei of fire clay genoemd. Het is klei die gebakken kan worden tot 1.500 °C en wordt bijvoorbeeld gebruikt om ovenplaten en stapelmateriaal te maken.
W
Waterglas of natriumsilicaat is een wateroplosbaar silicaat dat vooral gebruikt wordt als deflocculant in gietklei. Hierdoor wordt de kleisuspensie vloeibaarder zonder dat er extra water moet worden toegevoegd, wat het gieten in mallen makkelijker maakt.
Wax resist of uitsparingswas is eigenlijk vloeibare was. Het voorkomt dat glazuur zich vasthecht aan de scherf. De was verdwijnt helemaal tijdens de stook. Je gebruikt het dus om delen van je werkstuk glazuurvrij te houden. Het wordt vaak aangebracht op bodems van potten, zodat er geen glazuur aan de bodemplaat kan blijven plakken. Of je gebruikt het voor decoratieve doeleinden. In deze blogpost over uitsparen met was zie je wat voorbeelden.
Z
Een chemische stof die aan klei of glazuur wordt toegevoegd om bepaalde effecten te bereiken. In keramiek kan een zuur, zoals azijnzuur (azijn), worden gebruikt om klei te etsen of om specifieke glazuureffecten te bereiken. Het kan het oppervlak van de klei of het glazuur veranderen en zo bijdragen aan het uiteindelijke uiterlijk en de textuur van het werkstuk.