Klei centreren: 8 vaak voorkomende fouten en hoe je ze oplost

Van klein en fijn eierdopje tot grote, imposante vaas: het centreren van je klei is een cruciale stap voor elk werkstuk. Want als het tijdens deze stap al misgaat, wordt het straks alleen maar moeilijker. Heb je moeite met centreren? We overlopen hieronder de meest voorkomende fouten en hoe je ze kan oplossen.
Nele Ostyn

Nele Ostyn

Eeuwige cursist.

Je gebruikt de foute klei

Niet elke klei is even geschikt om mee te draaien. Zeker als je nog een beginner bent, kan je het jezelf onnodig moeilijk maken door een uitdagende klei te kiezen. Een klei die te slap is, stort in elkaar zodra je er te lang mee aan de slag bent. Een klei die te hard is, valt moeilijk te bewerken. Kies dus voor een klei die een mooie balans heeft.

Je klei is niet vochtig genoeg

Voel je de klei tijdens het centreren droger en droger worden? Dan gebruik je niet genoeg water. Maak regelmatig je handen nat, of gebruik een spons om water toe te voegen aan je klei. Knijp in dat geval langzaam in je spons om het water heel geleidelijk toe te voegen op je klei. Zo vermijd je dat je per ongeluk te veel water toevoegt, want dat is moeilijker om te corrigeren.

Je klei is te vochtig

Klei die te nat is, wordt plakkerig en houdt zijn vorm niet goed vast. Dat maakt centreren natuurlijk erg moeilijk. Geen zorgen, je kan het overtollige vocht verwijderen door je klei opnieuw te kneden. Of als dat niet voldoende is, kan je de klei ook laten drogen op een gipsplaat.

Je klei heeft geen gelijke consistentie

Veel keramisten vinden het kneden van de klei niet bepaald de leukste stap in het proces. Het kost best wat tijd en moeite, en het is erg repetitief. De verleiding is dan ook groot om deze stap over te slaan en meteen je klei op de draaischijf te gooien. Maar zo loop je het risico dat de klei geen gelijke consistentie heeft. En die verschillen in consistentie maken centreren een stuk moeilijker. Uiteindelijk ben je zo meer tijd kwijt met moeizaam centreren dan als je de klei eerst goed gekneed had.

Er zitten luchtbellen in je klei

Kneden doe je niet alleen om de consistentie van je klei gelijk te krijgen: je verwijdert er ook de luchtbellen mee. Als je je klei niet voldoende hebt gekneed en er dus nog luchtbellen in zitten, zal je dat merken tijdens het centreren. Lucht is lichter dan klei, en dat verschil in gewicht maakt het extra moeilijk om je klei juist te centreren. Goed kneden is dus de boodschap!

Nog een kleine tip: zorg ervoor dat de klei die je op je draaischijf gooit, mooi afgerond is. Als de klei een vlakke bodem heeft, dan bestaat de kans dat er luchtbellen vast komen te zitten tussen de draaischijf en je klei.

Je houdt je ellebogen te hoog

De juiste houding aan de draaischijf maakt een wereld van verschil. Dat weet je vast wel, maar eens je aan het concentreren bent, gaan je ellebogen toch de lucht in. Het overkomt veel beginnende keramisten! En het geeft je het gevoel dat je de kracht niet hebt om de klei de baas te kunnen. Probeer daarom om van in het begin je armen te verankeren op je benen of tegen je zij.

Je duwt te hard op je klei

Sommige beginnende keramisten hebben het moeilijk met centreren omdat ze hun klei in een soort wurggreep houden. Als je je klei te krampachtig probeert te duwen, kan je het onbedoeld wegduwen van het centrum.

Klei centreren is een geleidelijk proces. Het vergt oefening en geduld. Je gebruikt ook eerder je lichaamsgewicht dan brute spierkracht, en je laat je handen eerder sturen dan echt duwen.

Je duwt je klei uit balans wanneer je loslaat

Je voelt de klei in je handen en je bent er zeker van: ze is perfect gecentreerd. Maar wanneer je loslaat, verschuift ze onbedoeld en moet je nog maar eens opnieuw beginnen. Je bent niet alleen: het is een fout die elke keramist wel eens maakt. Hier baart oefening echt kunst: let er bij elk werkstuk op dat je heel langzaam je handen loslaat.

Niet zeker? Doe de test!

Het is niet altijd makkelijk om aan te voelen of je klei nu eigenlijk wel juist gecentreerd is. Gelukkig kan je dat heel eenvoudig checken. Neem een puntige tool en hou het heel zachtjes tegen de rand van je klei. Hou je handen in dezelfde positie en laat je draaischijf draaien. Als je rondom rond een dun lijntje ziet ontstaan, dan is je klei goed gecentreerd. Krijg je slechts aan één kant een dikke lijn, dan moet je nog even bijsturen. Geef de moed niet op!

Deel dit bericht
Facebook
Twitter
LinkedIn
Pinterest
Email

Bijleren over klei en keramiek, en je kleivaardigheden aanscherpen?

Bekijk het aanbod van online cursussen en duik met je handen in de klei!

Ontdek hier meer blogs