Centreren op de draaischijf: waarom het zo moeilijk is en hoe je er doorheen geraakt

Centreren op de draaischijf lukt maar niet? Je bent niet de enige. Aster legt uit waarom het misloopt — en hoe de karate greep alles verandert.

Vraag aan iemand die al een tijdje draait wat de moeilijkste fase was om te leren, en negen op tien zeggen hetzelfde: centreren. Niet het optrekken van de wanden, niet het afdraaien, niet het glazuren. Die eerste, ogenschijnlijk eenvoudige stap — die homp klei stabiel en gelijkmatig in het midden van de schijf krijgen — dat is waar de meeste beginners het langst over struikelen.

Dat heeft een reden, en als je die begrijpt, wordt het opeens een stuk minder frustrerend.

Wat is centreren eigenlijk?

Centreren is je klei zo op de draaischijf brengen dat hij perfect ronddraait zonder te wiebelen, te trillen of asymmetrisch te draaien. Je ziet het meteen als het lukt: de bol staat er roerloos bij, alsof hij nergens heen wil. Je ziet het ook meteen als het niet lukt: de klei danst alle kanten op en het lijkt alsof hij een eigen wil heeft.

Maar centreren is meer dan een kwestie van je bol netjes in het midden leggen. Het gaat er ook om dat de klei zelf geordend wordt. Aster Caemaert legt het uit met het beeld van dakpannen: de kleipartikeltjes die kriskras door elkaar liggen, orden je door te centreren. Je legt ze als het ware dakpansgewijs naast elkaar, zodat de klei soepel kan bewegen, open wil gaan en later ook goed trekt. Een pot die slecht gecentreerd is, heeft dat gebrek door de hele verdere verwerking in zich.

Cursist centeren op de draaischijf

Waarom lukt het maar niet?

De meest gemaakte fout bij beginners is dat ze proberen de klei te controleren met kracht. Ze duwen hard, proberen de bol te dwingen naar het midden, en raken gefrustreerd als hij blijft wiebelen. Maar hoe harder je duwt, hoe meer weerstand je klei biedt — en het eindresultaat is een bol die ofwel plat gedrukt is ofwel zo gespannen dat hij later gaat barsten.

Centreren werkt niet zo. Het is geen gevecht, het is meer een onderhandeling. Je brengt kracht aan, maar op de juiste manier en op de juiste plek, en de schijf doet de rest. De snelheid van de schijf is daarin je bondgenoot: als je schijf snel genoeg draait en je handen stabiel zijn, werkt de centripetale kracht vóór je.

Een tweede struikelblok is de positie van de handen. Veel beginners werken met losse handen — de ene hand duwt hier, de andere hand duwt daar, zonder dat ze echt verbonden zijn. Zodra je je handen samenbrengt zodat ze als één geheel werken, met steun op de bak of op je dijen, merk je hoeveel makkelijker het gaat. Stabiliteit is controle, en controle is alles bij het centreren.

Centreren op de draaischijf Cursist

De twee krachten

Centreren bestaat uit twee afzonderlijke bewegingen, en het helpt enorm om die uit elkaar te trekken in het begin in plaats van ze meteen vloeiend te willen laten lopen.

De eerste kracht is naar het midden: je duwt de bol van beide kanten naar het centrum, waarbij je linkerhand de hoofdrol speelt. Die hand werkt met de muis van de duim en de pink — de pink trekt de onderste zone van de bol actief mee naar het midden, wat een detail is dat veel mensen over het hoofd zien. Door die inwaartse kracht gaat de klei vanzelf omhoog, en daarin zit het begin van de centreervorm.

De tweede kracht is schuin neerwaarts: als de klei omhoog is gegaan, breng je hem terug naar beneden. Hier neemt de rechterhand de leiding. De beweging gaat niet recht naar beneden — dan krijg je een paddenstoelvorm — maar schuin, waarbij je net buiten het midden duwt zodat het hoogste punt altijd het midden blijft. Als je recht op de top duwt, maakt de klei een putje en dat wil je niet.

Aster noemt de houding voor die neerwaartse beweging de karategreep: je plaatst je rechterhand tegen je linker, goed aangedrukt, met je elleboog steunend op de bak of op je heup. Zo heb je een hefboom in plaats van losse spierkracht uit je arm.

Over tempo en handsnelheid

Een onderschat aspect van centreren is het samenspel tussen je draaisnelheid en de snelheid van je handen. Beginners draaien vaak te traag omdat ze bang zijn de controle te verliezen, maar een te trage schijf werkt juist in je nadeel: de klei heeft tijd om te reageren op elke kleine fout in je handbewegingen, waardoor je pot schever gaat in plaats van rechter.

Voor het centreren draai je beter vlot, maar niet op volle toeren. En je handen bewegen langzaam en beheerst — veel langzamer dan je schijf. Hoe trager je handen bewegen ten opzichte van je schijf, hoe gelijkmatiger de druk verdeeld wordt over de hele omtrek van de bol. Als je te snel beweegt met je handen, zie je dat in spiraalvormige druksporen in de klei.

Begin ook nooit bruusk en stop ook niet bruusk. De manier waarop je contact maakt met de bol — rustig aansluiten, geleidelijk kracht opbouwen — en de manier waarop je loslaat — krachten verzachten, spieren ontspannen, dan pas echt lossen — dat bepaalt mee hoe gelijkmatig je bol er na elke ronde bij staat.

Centreren op de draaischijf Cursist

Hoe weet je dat het gelukt is?

Visueel zie je het: de bol draait zonder wiebelen, zonder trilling. Maar voelen is zekerder dan zien. Leg je vingers lichtjes op de bol terwijl hij draait — als je nog trillingen of oneffenheden voelt, is hij nog niet goed. Het oppervlak moet glad en rustig aanvoelen, alsof hij stilstaat terwijl hij ronddraait.

Let ook op de onderste zone. Veel beginners centreren de bovenkant van de bol goed, maar vergeten de klei helemaal vanonder mee te nemen. Die onderste zone uitwaaiert dan, en als je dan met opentrekken begint, heb je meteen een probleem. Goed centreren gaat tot in de kern en tot op de plaat.

Als je een hardnekkige asymmetrie hebt die niet wil wijken, helpt het soms om je posities even aan te houden en de klei de tijd te geven om zich te schikken, in plaats van steeds opnieuw op en neer te gaan. Constante, rustige druk werkt soms beter dan beweging.

Centreren als vorm van kneden

Iets wat weinig mensen weten voor ze beginnen: centreren is niet alleen mechanisch. Het is ook een verderzetting van het kneden. Als je klei nog een beetje lucht bevat die het kneden overleefde, drijft die eruit tijdens het centreren — je ziet dan letterlijk luchtbelletjes ontsnappen. En ook de ordening van de kleipartikeltjes, die bij het kneden al begon, zet je door met het centreren. Wie dit begrijpt, heeft automatisch meer geduld voor de fase: het is niet alleen maar een technische drempel voor je “echte” draaiwerk begint, het is zelf al een actief onderdeel van het proces.

Hoe lang duurt het voor je het onder de knie hebt?

Weken, soms maanden. Dat is geen ontmoediging, dat is gewoon hoe het werkt. Centreren is een van die vaardigheden waarbij je op een bepaald moment denkt dat je het hebt, en dan draai je een iets grotere bol en begint het van voor af aan. Maar elke keer dat je terugvalt, kom je ook sneller terug — je lichaam onthoudt de krachten, de houdingen, het tempo.

De beste oefening is gewoon herhaling, maar gerichte herhaling: vraag jezelf na elke bol waarom het werkte of niet. Wat voelde je in je handen? Waar zat de spanning? Waar verloor je de controle? Makers die die gewoonte ontwikkelen, leren aantoonbaar sneller dan makers die gewoon maar bezig blijven.


Centreren is de reden waarom pottendraaien een ambacht is en geen truc. Maar het is ook de reden waarom het zo voldoening geeft als het lukt — die bol die ineens stilstaat op een draaiende schijf, glad en stabiel, klaar om iets te worden. Dat gevoel geeft geen enkele andere stap in het proces.

In de online cursus Leren Draaien voor Beginners van Aster Caemaert wordt centreren uitgebreid begeleid over meerdere lessen, met close-up beelden van de houdingen, de krachten en de meest gemaakte fouten. Je kunt elke les zo vaak herbekijken als je nodig hebt.

→ Bekijk de cursus ‘Leren draaien voor beginners met Aster Caemaert’

Wil je leren draaien op de pottenbakkersschijf?

Bekijk het aanbod van online cursussen en duik met je handen in de klei!

Ontdek hier meer blogs

Stukken hout en houtas voor asglazuur
Technieken
Nele

Asglazuur

Asglazuur is één van de oudste soorten glazuren, en werd voor het eerst gebruikt in Oost-Azië.

Grijze ruwe keramieken tafellamp
Vormen
Nele

De tafellamp

Een leuk projectje om zelf te maken met klei: een tafellamp.

Keramiek testplaatje in het geel en blauw in handen
Artikels
Nele

Testplaatjes maken

Testen, testen en testen! Daar kan je niet omheen. Voor elke soort klei die je gebruikt zal je testplaatjes moeten maken. Zo kan je de krimp en de kleur van